Hoekdiscussie

Doel: meningen en argumenten uitwisselen 
Groepssamenstelling: individueel, tweetallen en klassikaal
Voorbereiding: hoeken creëren 

Werkwijze
- In de klas worden vier hoeken gecreëerd die staan voor vier reacties op een bepaalde stelling. Een voorbeeld kan zijn: helemaal mee eens, een beetje mee eens, een beetje mee oneens en helemaal mee oneens. 
- De docent geeft een stelling. Iedere leerling schrijft individueel zijn beargumenteerde mening op papier en loopt naar de hoek die bij deze mening past. 
- De leerlingen vormen duo's in de hoek en vertellen elkaar waarom ze een bepaalde mening hebben. Eventueel doen ze dit nogmaals in viertallen. Aan het einde van de ronde moet iedere leerling de belangrijkste argumenten van die hoek kennen. 
- De docent wijst een willekeurige leerling uit elke hoek aan die de meningen en argumenten van de betreffende hoek weergeeft. Nu kunnen de leerlingen uit de hoeken met elkaar in discussie gaan, waarbij de discussiërende leerlingen in het midden van de klas gaan staan. 
- Wanneer een leerling door de argumenten van een andere hoek wordt overtuigd, dan mag hij of zij 'overlopen'.