een tegen honderd

Doel: begrippen toetsen 
Groepssamenstelling: klassikaal, één leerling tegen de rest, kan ook in twee teams worden gespeeld
Voorbereiding: voldoende meerkeuze vragen maken over een bepaald onderwerp 


 

Werkwijze 
- Elke leerling krijgt drie kaarten met de letters A, B of C. 
- Aan het begin van het spel wordt een leerling gekozen door bijvoorbeeld loting (zie pagina beurtverdelingen). Deze leerling komt voor de klas op een stoel te zitten. De rest van de leerlingen gaat staan. 
- De docent stelt een vraag met drie meerkeuzeantwoorden (A, B of C). De leerlingen in de klas krijgen tien seconden de tijd om het juiste bordje omhoog te houden. Dit doen ze met de lege kant naar voren, zodat de leerlingen voor de klas niet kan zien. 
- Nu geeft de leerling voor de klas het antwoord, waarna de docent aangeeft of dit het juiste antwoord is. Als de leerling voor de klas de vraag juist beantwoord heeft, dan mag hij of zij blijven zitten. 
- De rest van de leerlingen draaien nu hun bordje om en degenen die de vraag niet juist hebben beantwoord, gaan zitten. De rest gaat mee naar de volgende ronde. Dit herhaalt zich net zolang totdat de leerling voor de klas alle leerlingen heeft weggespeeld. 
- Als de leerling voor de klas een vraag onjuist beantwoordt, dan is diegene af en komt er een nieuwe leerlingen uit de overgebleven groep voor de klas te staan. Nadat er een nieuwe leerling is gekozen, mogen alle leerlingen weer meedoen. 

Variatiemogelijkheid
De leerling die voor de klas staat kan gebruik maken van één of meer 'escapes'. Als hij zo'n 'escape' gebruikt, dan hoeft de leerling een vraag niet te beantwoorden. De rest van de klas moet die vraag dan wel beantwoorden. Als 'straf' voor het inzetten van de 'escape' mogen alle leerlingen die bij de vorige vraag zijn weggespeeld weer meedoen.